We spreken donderdagavond, 15 november. Toen wij per rollend materieel aankwamen al bij den aula voor een exaampje comptabilité (compta voor de vrienden), bleek dit vast actief bezet door stakende derden. Gelukkig had ons IAE een provisieke aangelegd in de vorm van een reserve-aula. Doch eenmaal overgeboekt naar de aula in kwestie, bleek deze van het type dubieus. Zo vertoonde de rekening “Aantal resterende plaatsen” al snel een verontrustend negatief saldo, dat gelukkig tegengeboekt kon worden op de rekening “Goodwill”. Inderdaad, het examen werd een gezellig boekhoudfestijn en de Fransen (twee op elke knie) toonden zich van hun hulpvaardigste kant. Zo komt het dat wij, ondanks onze toegenomen schuld aan derden, dit examen wellicht toch met een stevige bénéfice hebben afgesloten.
Die bénéfice we

rd echter nog dezelfde avond volledig geïnvesteerd in andere liquide middelen. Immers, van al dat overleggen krijgt men dorst en het toeval wil dat net toen in heel Frankrijk de Beaujolais Nouveau werd voorgesteld. Echte wijnkenners plegen te zeggen dat men wijn degusteert met de neus. Gezien het grote aantal rode vlekken dat wij ’s anderendaags op onze kledij aantroffen, mogen wij concluderen dat we dit wellicht te letterlijk hebben opgevat…
Vrijdagmiddag kwam goede vriend Bart (hombre, ban

dido, clandestino) uit de lucht gevallen. De mens had dorst en van horen zeggen dat er te Montpellier wel wat te zuipen viel. En daar is iets van. Te Aldi werd er dan ook gerantsoeneerd dat het een aard had om vervolgens vol te tanken te Boulevard Pasteur. Dit alles met het oog op een avondje vertier te Lattes, alwaar de discotheken welig tieren. De stad Montpellier bracht ons in staat van vervoering richting dit oord van verderf, en wel met de befaamde Amigosbus. Toegang tot deze vrolijke partyride wordt verleend mits tonen van buskaart of dreigende vuist. Maar vrolijk of niet, zo’n Amigosbus heeft de elegantie van een pakhuis en toekomen in zulks maakt nu eenmaal minder indruk dan de doorsnee Audi, BMW of Porsche waarmee de parking rondom de Ô Bar dik bezaaid was. Laten we het daarop steken (en vooral niet op mijn coupe shit) dat we bot vingen in zowel de Ô Bar, de Havana Night als de K, om tenslotte Nike Air Max te vangen in de Mayback. Inderdaad, wij hadden zonet voet gezet op de heilige grond van het Walhalla der homies (en hadden daar nog 15 euro voor mogen schuiven bovendien). Hoewel de bucht van Dunaldy nog olijk op het ritme van de hiphop door onze bloedvaters huppelde, bedacht Bro Bart dat er meer nodig zou zijn om ons hier een hele avond te kunnen amuseren. Daar kwam een fles rum van. Da bitch achter de toog wou in ruil een stapel flappies samen goed voor minstens 2 paar nieuwe Nike Air Maxkes, maar dat bracht onze Bro niet van zijn melk (werkmenschen...). Het werd laat, en weer vroeg, maar vooral: het bleef plezant!




.JPG)
Wat volgde waren twee rustigere daagjes, maar daarom niet minder leutig. ’s Morgens werd doorgaans overgeslagen door el bandido en mijzelve. Doch wie ons voor de middag wou bereiken, was steeds welkom in onze spleet (onze bedden werden gescheiden door een spleet, nvdr.). Zaterdagnamiddag begon ambitieus met een plan voor een museumbezoekje met Joris en Bart. Maar onderwege viel ons oog (nog lichtjes toeklevend van de rum) op een “Free Market”-spandoek. Wat wij aantroffen was een sympathiek marktje met op’t einde een nog sympathiekere ketel glühwein.

Zodoende liepen wij enige vertraging op, maar belandden alsnog in het museum. Geen idee wat ik er bijgeleerd heb… ik ving iets op van histoire de Montpellier, het was donker en er bewoog vanalles (of waart gij dat, glühwein?). Ik noteer dan ook voor mezelf: museum na scheve avond = geen puik plan. Dan weer wél geniaal was de pizza met bier in de sofa (ook wel: pizza op Onslo’s wijze).

Zondagmid
dag werd de keuken van ons appartementje grondig verbouwd en tot aan de nok volgetast met croissants en pains au chocolat. Reden? Gigabrunch! Vol energie van deze vlijtige vezels, vlamden Bart en ik vervolgens velogewijs en in het aangename gezelschap van Ann zeewaarts en weer terug, knalden een gedicht op papier en beklommen gewapend met dit rijmend onding den berg richting residentie Domingo voor Domiens Grote Poëzieavond (Belgen only). Voor één keer mocht er eens een hele avond Nederlands gepraat worden, op voorwaarde dat dat in verzen gebeurde.


