woensdag 26 december 2007

Kruimeldief

Enkele gedachtenkruimeltjes, opgepikt her en der te Montpellier en met liefde samengebracht op deze blog. Speciaal voor u, beste lezer. En ook een beetje voor mezelf.

De Montplezierder eet laat. Zo omstreeks halver negenen, pak’m beet. Het is dan ook op zijn minst bemerkenswaardig dat diezelfde Montplezierder zijn wijnfeesten slechts laat duren tot 19u30. Wilt u dit leutige evenement dus bijwonen, dan pleegt zulks te gebeuren al op de nuchtere maag. Gelukkig is daar dan de organisatie, immer nuchter, die u standaard slechts recht geeft op drie degustatiebonnetjes. Doch de plaatselijke wijnboer, doorgaans minder nuchter en door het leven zwalpend met rode fopperd, kuist zijn kurkentrekker af aan deze liederlijkheidsbeperkende regel. Geen glas begeeft zich in zijn troebele blikveld of het wordt volgetankt. La Fête des Vignes, qua opzet cultureel van aard. Qua uitvoering een evenement van het type “gematigd scheef”.
Kerstmis is voor vrouwen. Dat concludeerden Joris en ikzelve na 4 uurtjes kerstshoppen in winkelgalerij Polygone (het plaatselijke filiaal van de hel) en andere foute roze blingblingwinkeltjes die de penis sneller doen krimpen dan het winterse zeewater zou kunnen. Volledig opgefokt,stuiptrekkend, schuimbekkend en met stevige pijnscheuten in de onderrug en weinig mannelijk aandoende zakjes aan de arm keerden wij huiswaarts. Het mannelijke gestel is hier simpelweg niet op voorzien. En oja. Aan het vrouwtje dat het nodig vond de naar vrije ruimte en gratis lucht snakkende krioelende massa op te houden voor een enquête : bijna had u een fles feestelijke Cuvée Prestige in het traankanaal steken. Doch nu de gemoederen inmiddels bedaard zijn, wens ik ook u alsnog een Zalig Kerstfeest toe, mevrouw.



Ten slotte nog dit, bij wijze van stijlbreuk: vreemd hoe een mens na krap 4 maandjes tijd zo gehecht kan geraken aan zijn buitenlandse medemens. Of medemensch, wanneer ik voor mezelf spreek. Het leven van de Erasmusser is vaak, maar niet altijd rozengeur en manenschijn. Erasmus kan ook hard zijn, zo bleek tijdens de voorbije week, die quasi volledig werd doorgebracht met valiezen in de ene hand en een zakdoek in de andere. Afscheid is niet tof. Al hebben we getracht de schijn hoog te houden. Er werd gehuppeld, gelachen, ondergoed gepast, gevleeshoopt (vleesgehoopt? Gehoopt op vlees?) en vooral veel gegeten (en gedronken, okee…) op de talrijke “laatste avondjes”. Maar achter de schermen durfde er al eens een traantje vallen. Enkel en alleen omdat jullie (ja, jùllie!) zo geweldig zijn!


dinsdag 25 december 2007

Nothing Tou-louse

Na enkele goedgevulde weken wordt het weer tijd om ons krantje te updaten...


De roadtrip richting het Verre Westen dan maar!
Na een langdradig verhaal van plannen en herplannen - zoals het altijd wel gaat bij ons, wij stinken namelijk BIG-TIME in beslissen en aanverwante concepten - was daar vrijdag 23 november, twee spanjaarden en twee belgen en een trein naar Toulouse...



Dankzij connecties met de plaatselijke erasmusser, vonden de vier chica's een schraal-maar-(easy-to-get-some-)cheap-ass hotelletje met bijhorend behangpapier.

In samenspraak met diezelfde plaatselijke erasmusser werd de avond bij wijze van 'soft' intro ingezet in een gezellig restaurantje, maar dat kon niet lang duren... De sangria lonkte, en na enkele pichets begon het serieus fout te lopen met de kleur van onze respectieve tongen en de aard van de spelletjes. Die trouwens nóg maar is aantoonden dat Spanjaard zijn een goei excuus is om vunzige opmerkingen en bekentenissen te uiten... Toen er uiteindelijk over bananen gezongen werd, vonden we dat de tijd rijp werd om naar de Bodega af te zakken. Onderweg vulden we ons internationaal arsenaal nog wat aan met Australiërs en andere downunders, en dat bleek een goeie zet gezien we - op occasionele toiletmadammen na - geen enkele centiem meer uit onze zakken moesten schudden...






Een katertje of vier later, kwamen onze venten ons vervoegen in Hotel Exelsior *. Een dagje Toulousen - shoppen voor de wijfjes, en af en toe een wolkje cultuur inhaleren - matte ons allen af. Zo erg zelfs, dat we na de aankomst van nog een derde Spanjaard zo rond de vijven, beslisten van maar meteen in den drânk te knallen...

Dat bleek dan weer een minder goeie zet, gezien sommigen onder ons tegen tapas-tijd al in bomen hadden geklommen en andere acrobatische wantoestanden. Zo nen tapa da kost trouwens ook al gauw meer dan je denkt. Maar dat had dan misschien wel iets te maken met ene Franse tapasbaruitbater die is wou testen hoe dat nu precies zat met het alcoholgehalte in ons bloed... Dat viel dus dik tegen.


Na een nachtwinkelstop voor de chips-behoevigen onder ons, probeerden we tevergeefs in enkele hippe Toulousiaanse keten binnen te geraken - wegens te veel mannelijk vlees staat dan af te lezen op het gezicht van menig buitenwipper... wanneer is er ooit TEVEEL mannelijk vlees??! bedenk ik me daar dan bij. De avond eindigde met een stuk of vijf Belgen en één complementaire Spanjaard (je kent da wel, als het heftig begint te worden vallen die Spanjaarden bij bosjes..) ergens in the underground, waar cola's van zilver zijn en pinten van goud.







Zondagochtend.
Na nog enkele nodige dommeluurtjes in een gezellig druk bed gingen we nog wat aan stadsverkenning doen. Waarbij we makkelijk twee Spanjaarden konden afschudden, en de harde kern nog overbleef voor een namiddagje idyllisch parken aan de oever van een rivier waarvan niemand de naam scheen te weten. We speelden er vliegertje en aten kebab tegen de kleine hongertjes van het leven.



En toen moesten we afscheid nemen van één der Belgen. Teneinde zulk verlies te verwerken, vlogen we even later alweer in de wijn. Gevolg hiervan was het uitbreken van een lichte changbanch en een acute nood aan nog méér wijn. Sangria bood de oplossing! Daar waar grote pichets en broekloze venten de standaard zijn, voelden de Spanjaard Mart(et)ita en ikzelf ons het best. Hieruit volgde op logische wijze dat het naar huis gaan redelijk waggelend verliep, en op misschien zelfs nóg logischere wijze dat we de volgende ochtend wakker werden op verontrustend korte afstand van elkaar. Bleek dat ik onze Jan uit z’n slaap had weten te houden met mijn gesnurk in zijn véél te klein bed, en dat onze Spanjaard zich gezellig had genesteld in het grote bed tussen de andere twee authentieke Belgische Bonken.





Ondanks alwéér enkele poezen teveel in ons hoofd, vertrokken we tegen de middag weer.

Richting Carcassonne ging het dit keer. Na gezellig gepicknickt te hebben op de trein, mochten we kennismaken met een lief klein dorpje (zo eentje om op de kast te zetten) binnen de muren van het kasteel aldaar, waar we dan ook ettelijke uren volgesleten kregen met foto’s nemen en andere toeristische trekjes.

Late namiddag en vermoeidheid zorgden ervoor dat we ons laatste uur luiweg in het station doorbrachten, wat bij sommigen als het ware hun schooiersinstinct bovenbracht.

Goed anderhalf uur later waren we terug in ónze stad, klaar om weer wat bijslaapwerk te verrichten, naar het volgend weekend toe…











woensdag 12 december 2007

Enkele memorabele weekends later...

...bevonden we ons maandagavond laatstleden op een allesbeslissende tweesprong onder deze zwoele Zuid-Franse temperaturen (die we serieus leerden appreciëren de laatste weken, verdere uitleg volgt). We hadden er al ettelijke uren hard fakken en (op elkaar) kakken opzitten, toen het plots 22.45 werd, en dat na al anderhalf uur generaal geassembleerd te hebben. Het subject van deze verscheurende tweestrijd, was er dan ook niet zomaar eentje... We hadden tegen de volgende ochtend, zo rond het gezegende uur van den achten, een dossier in te dienen aan de zeer te vrezen Loubès. Ondanks het feit dat haar naam enorm trekt op een zachtaardig specimen (ne loebas), heeft de Franse versie een vijfdubbele wal onder elk oog, wat me enkel tot de conclusie kan brengen dat ze weerwolf, half mens half vampier, of nymfomane is. Veel dieper wens ik daar dan ook niet op in te gaan.
Maar goed, het dossier dus. Qua tekst was da nog gene vette, terwijl structuur zelfs helemaal in afwezigheid schitterde in ons brouwsel wegens 'licht' gebrek aan voorafgaande communicatie... We voelden haar hete adem al in onze nek blazen, maar beslisten uiteindelijk toch om het uit pure wanhoop op een uitstellingsakkoordje te gooien met het Beest. Met stoute schoenen gewapend sloop ik bij dageraad op mijn doel af, en wegens een venijnige uithaal met één paar zielige Erasmusser-oogjes kon Den Duivel enkel nog ja knikken (de wallen waarmee ze mij intussen probeerde te porren waren blijkbaar uitgegroeid tot volwaardige oogvensterbanken - respect!) maar ze zou er wel onze communiezieltjes voor in beslag nemen. Als 't da maar is, dachten wij.
Zo kan er nu weer gerust wat aangemodderd worden (toch tot én met vrijdag), come join us if you want.

dinsdag 4 december 2007

Aanvullend document ter staving

Graag had ik aan deze samenvattende balans van Ollie's boesjaar* een toevoeging toegevoegd. De sensuele zachtheid en het overweldigende comfort van de ons intussen welbekende spleet heb ik namelijk aan den lijve mogen ondervinden. En hoe.

Deze verlichtende ontdekking viel mij namelijk te beurt daags nadat ik reeds de zachte geneugten mocht ondergaan van Ollie's eigenste supplementaire matras (de Belichaming van een provisieke aangelegd voor voorziene risico's) na één of ander met veel goeie wijn en blote barmannen gevuld avondje. Vaste activa zoals nooit tevoren trouwens (maar dat is een ander verhaal zeker).
Er groeide uiteraard meteen een hechte band tussen ons (mezelf en het Beestige Bed). Na een nacht van grondige voorverwarmingsmaatregelen (on a gravement ronflé, laten we zeggen) en een ochtend vol verrassing**, stond ik mijn nieuwe vriend (hopelijk wordt het niet zo'n oppervlakkige vriendschap, maar beleven we samen nog diepgaande en veelzeggende momenten) maar al te graag voor een nacht of drie af aan ons feestbeest van dienst (oftewel: den Bart). Waarna ik simpelweg gedegradeerd werd tot spleetvrouw. Met dank aan de stoere bonken waartussen ik me dan 's ochtends mocht bevinden.


* Toegegeven, het was 'maar' een WE, maar eentje dat progressief over alle komende boekjaren afgeschreven zal worden, verloren-hersencellen-gewijs dan toch.

** Bijkomende uitleg bij die bewuste ochtend: De verrassing was niet het wakker worden naast Ollie, dat zat er toch vroeg of laat aan te komen... De werkelijke verbazing verschool zich in het feit dat het deze keer niet aan de kartonnen muren lag dat ik Ollie's sexy ochtendstem met duizelingwekkende scherpte verstond. Nochtans doen ze hier hun best.

zondag 2 december 2007

Liquide middelen

We spreken donderdagavond, 15 november. Toen wij per rollend materieel aankwamen al bij den aula voor een exaampje comptabilité (compta voor de vrienden), bleek dit vast actief bezet door stakende derden. Gelukkig had ons IAE een provisieke aangelegd in de vorm van een reserve-aula. Doch eenmaal overgeboekt naar de aula in kwestie, bleek deze van het type dubieus. Zo vertoonde de rekening “Aantal resterende plaatsen” al snel een verontrustend negatief saldo, dat gelukkig tegengeboekt kon worden op de rekening “Goodwill”. Inderdaad, het examen werd een gezellig boekhoudfestijn en de Fransen (twee op elke knie) toonden zich van hun hulpvaardigste kant. Zo komt het dat wij, ondanks onze toegenomen schuld aan derden, dit examen wellicht toch met een stevige bénéfice hebben afgesloten.

Die bénéfice werd echter nog dezelfde avond volledig geïnvesteerd in andere liquide middelen. Immers, van al dat overleggen krijgt men dorst en het toeval wil dat net toen in heel Frankrijk de Beaujolais Nouveau werd voorgesteld. Echte wijnkenners plegen te zeggen dat men wijn degusteert met de neus. Gezien het grote aantal rode vlekken dat wij ’s anderendaags op onze kledij aantroffen, mogen wij concluderen dat we dit wellicht te letterlijk hebben opgevat…

Vrijdagmiddag kwam goede vriend Bart (hombre, bandido, clandestino) uit de lucht gevallen. De mens had dorst en van horen zeggen dat er te Montpellier wel wat te zuipen viel. En daar is iets van. Te Aldi werd er dan ook gerantsoeneerd dat het een aard had om vervolgens vol te tanken te Boulevard Pasteur. Dit alles met het oog op een avondje vertier te Lattes, alwaar de discotheken welig tieren. De stad Montpellier bracht ons in staat van vervoering richting dit oord van verderf, en wel met de befaamde Amigosbus. Toegang tot deze vrolijke partyride wordt verleend mits tonen van buskaart of dreigende vuist. Maar vrolijk of niet, zo’n Amigosbus heeft de elegantie van een pakhuis en toekomen in zulks maakt nu eenmaal minder indruk dan de doorsnee Audi, BMW of Porsche waarmee de parking rondom de Ô Bar dik bezaaid was. Laten we het daarop steken (en vooral niet op mijn coupe shit) dat we bot vingen in zowel de Ô Bar, de Havana Night als de K, om tenslotte Nike Air Max te vangen in de Mayback. Inderdaad, wij hadden zonet voet gezet op de heilige grond van het Walhalla der homies (en hadden daar nog 15 euro voor mogen schuiven bovendien). Hoewel de bucht van Dunaldy nog olijk op het ritme van de hiphop door onze bloedvaters huppelde, bedacht Bro Bart dat er meer nodig zou zijn om ons hier een hele avond te kunnen amuseren. Daar kwam een fles rum van. Da bitch achter de toog wou in ruil een stapel flappies samen goed voor minstens 2 paar nieuwe Nike Air Maxkes, maar dat bracht onze Bro niet van zijn melk (werkmenschen...). Het werd laat, en weer vroeg, maar vooral: het bleef plezant!






Wat volgde waren twee rustigere daagjes, maar daarom niet minder leutig. ’s Morgens werd doorgaans overgeslagen door el bandido en mijzelve. Doch wie ons voor de middag wou bereiken, was steeds welkom in onze spleet (onze bedden werden gescheiden door een spleet, nvdr.). Zaterdagnamiddag begon ambitieus met een plan voor een museumbezoekje met Joris en Bart. Maar onderwege viel ons oog (nog lichtjes toeklevend van de rum) op een “Free Market”-spandoek. Wat wij aantroffen was een sympathiek marktje met op’t einde een nog sympathiekere ketel glühwein.


Zodoende liepen wij enige vertraging op, maar belandden alsnog in het museum. Geen idee wat ik er bijgeleerd heb… ik ving iets op van histoire de Montpellier, het was donker en er bewoog vanalles (of waart gij dat, glühwein?). Ik noteer dan ook voor mezelf: museum na scheve avond = geen puik plan. Dan weer wél geniaal was de pizza met bier in de sofa (ook wel: pizza op Onslo’s wijze).


Zondagmiddag werd de keuken van ons appartementje grondig verbouwd en tot aan de nok volgetast met croissants en pains au chocolat. Reden? Gigabrunch! Vol energie van deze vlijtige vezels, vlamden Bart en ik vervolgens velogewijs en in het aangename gezelschap van Ann zeewaarts en weer terug, knalden een gedicht op papier en beklommen gewapend met dit rijmend onding den berg richting residentie Domingo voor Domiens Grote Poëzieavond (Belgen only). Voor één keer mocht er eens een hele avond Nederlands gepraat worden, op voorwaarde dat dat in verzen gebeurde.