woensdag 3 oktober 2007

De kraan, zij is kapot

Dat zij dus kapot is, de kraan. Dat komt dan voornamelijk doordat zij afgebroken is. Zo gaat dat met die kranen. Qua watervoorziening mogen wij dus tijdelijk op de kin kloppen. Bijgevolg blijft het afwasje noodgedwongen wat langer staan, hetgeen wij, liefhebbers der afwasjes en meer specifiek der aangekoekte ovenschotels en ranzige spaghettiborden, ten zeerste betreuren. Dat spreekt voor zich.

De wereld vergaat niet door toedoen van één kraan, hoe geslepen zij ook moge zijn. Doch wij vrezen oprecht voor het behoud van ons appartement. Na een viertal weken mogen wij immers stellen dat wij ons appartement door en door beginnen kennen. Onze band gaat dan ook verder dan het zuiver utilitaire. Wij kennen zowel de sterke als de zwakke plekken van ons sympathieke pand, steunbalkjes incluis. Zo hebben wij sterke vermoedens dat de fundamenten van onze woonst gelegen zijn in onze hoogsteigen keuken. Meerbepaald in de vorm van het Krakkemikkelige Kastje. Een kleinschalig experiment ter bevestiging van dit vermoeden drong zich op. En inderdaad, zo bleek, elke beweging binnen een straal van 5m van het Krakkemikkelige Kastje resulteert in een sympathiek wiegen van onze houten vriend. Waaruit wij afleiden dat deze laatste het epicentrum vormt van dit pand.

Voegen wij nu beide gegevens samen, zijnde enerzijds het opstapelen der afwasjes en anderzijds het Krakkemikkelige Kastje als epicentrum van onze woonst, dan kunnen wij niet anders dan zachtjes in onze respectievelijke broeken ruften als uiting van imminente paniek. Immers, de spreekwoordelijke kers op de afwasjesberg wordt gevormd door het steelpannetje, wiens steel stevig port in de zij van de Olijke Oven, die op zijn beurt rust op het Krakkemikkelige Kastje. Als gevolg daarvan hijgt, piept, kreunt en wiebelt deze laatste dat het een aard heeft. Lichte barstjes ontstaan in de muren, deuren sluiten niet meer, de vloer komt naar omhoog en vroeg of laat zal zij openbarsten. Dan zullen wij allen onderworpen worden aan het willekeurige oordeel van de Glazen God, woonachtig ergens diep onder Montpellier. Joris zal het overleven, gezien zijn talloze offers. Wit of gekleurd glas, de gulheid van Joris kent geen grenzen. Doch de rest van ons, beste vrienden, zal wellicht luid smekkend verteerd worden en gevolgd worden door een boertje. Tijdens dit alles zal de Glazen God van puur genot wild kwispelen, en zodoende Montpellier in een drietal kwispels van de kaart vegen.

Het spreekt voor zich dat zulks nefaste gevolgen heeft voor de economie alhier te Montpellier. Bijvoorbeeld omdat zij aldus onbestaande zou worden. Omdat de economie ons, Handelsingenieurs, nauw aan het hart ligt, en enkel daarom, zullen wij dus morgen als ware enfants de la patrie al naar den Brico trekken voor een nieuwe kraan.

Geen opmerkingen: